Berkelgeschiedenis

De Berkelrivier kent een rijke geschiedenis die teruggaat naar de tweede helft van de 18e eeuw. Ontdek het verloop van de rivier, hoe de scheepvaart op de Berkel ontstond en hoe de Berkelschippers hun hoofd financieel boven water hielden.

Oorsprong
De oorsprong van de Berkel ligt bij het Duitse Billerbeck in de Baumbergen. Het zogenaamde Berkelquellgebied is een nog ongerept natuurgebied waar men het water kan zien opzwellen uit de bron. Vanuit Billerbeck stroomt de Berkel langs de Duitse plaatsen Coesfeld, Gescher, Stadtlohn en Vreden en de Nederlandse plaatsen Eibergen, Borculo, Lochem, Almen, Warnsveld en Zutphen waar de Berkel in de IJssel uitmondt.

Scheepvaart
De scheepvaart op de Berkel heeft een traditie van enkele eeuwen. In de tweede helft van de 18e eeuw werd de basis gelegd voor de Berkelscheepvaart, die in de daaropvolgende eeuw redelijk begon te bloeien. Naast de functie van vaarweg werd de Berkel dankbaar gebruikt als leverancier van energie om molens aan te drijven. De rivier voerde kleislib aan, dat de dorre zandgrond vruchtbaar maakte.

Provinciale Staten pakten de zaak voortvarend aan en lieten sluizen, bruggen en stuwen verbeteren of vernieuwen. De Mallumse molen, gebouwd in 1789, is de meest bekende sluis uit die tijd. Door de afbraak van de sluis bij Gescher in 1796 was de droom om verder te varen dan Vreden voorbij, maar de scheepvaart richting Duitsland bleef ondanks de moeizame bereikbaarheid van Vreden bestaan.

Producten & handel
Hout, granen, turf, grind, stenen, dakpannen, aardewerken potten en boomschors; het is een greep uit de producten die vervoerd werden over de Berkel. Daarnaast was het vervoer van ‘Korn’ van Vreden naar Zutphen erg belangrijk voor de Berkelschippers. Ze waren er bijzonder handig in om met een soort rietje een deel van het aan hen toevertrouwde waar op te drinken. Deze illegale consumptie mocht natuurlijk niet ontdekt worden, dus werd vanaf de bovenzijde druppelsgewijs water aan de vaatjes Korn toegevoegd.

Ondertussen kon in Borculo en Zutphen een levendige houthandel ontstaan dankzij het vele hout dat per vlot van Vreden en Eibergen de Berkel afzakte. Stroomopwaarts ging vooral lijnzaad, ruwe tabak, vlas en later ook steeds meer katoen. Om het water in de rivier op te stuwen moesten de schippers vaak dammen leggen. Als er genoeg water was, werd de dam doorgestoken en begon het werk enkele kilometers verder opnieuw.

Bijverdiensten & stuwen
Het loon van een dagloner lag niet hoger dan 50 tot 60 cent per dag. Van het jaarinkomen van ongeveer 250 gulden ging namelijk het jaarlijkse patentgeld van 4 gulden af én als er een knecht aan boord was, kostte dat ongeveer 40 gulden per jaar, alsmede kost en inwoning. Veel Berkelschippers werkten daarom in de visvangst als bijverdiensten. De Berkel was rijk aan brasems, voorns, bleien, snoeken, alen en baarzen. De verloren tijd werd, vooral bij laag water als de schuiten onderweg vast kwamen te zitten, goed besteed.

De Berkel bezit diverse stuwen die zijn gebouwd om overstromingen tegen te gaan. Zo is er De Kap bij Warnsveld, Besselink bij Almen en Stokkenburg en Knollenburg bij Eibergen.

En nu? Nu wordt de Berkel volop gebruikt als toeristische vaarweg. De Berkelzompen varen in Eibergen, Borculo, Lochem en Almen en de Fluisterboten (Giethoornse Punters) varen natuurlijk in Zutphen.